ECLI:NL:RBSGR:2009:BK4610
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening en beroep tegen vrijheidsontnemende maatregel wegens toegangsweigering Turkse zelfstandige
Verzoeker, een Turkse onderdaan verblijvend in het Uitzetcentrum Schiphol, werd op 3 november 2009 de toegang tot Nederland geweigerd en een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd. Hij stelde zich op het standpunt dat hij als zelfstandige of dienstverrichter recht had op toegang op grond van de Associatieovereenkomst en het Aanvullend Protocol tussen de EEG en Turkije.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoeker onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij in Turkije een onderneming drijft of in Nederland diensten zou verrichten. Hierdoor kon hij zich niet succesvol beroepen op de Associatieovereenkomst. Tevens werd gewezen op het Europese Hof van Justitie-arrest Soysal, dat stelt dat visumplicht voor Turkse dienstverrichters afhankelijk is van de situatie op 1 januari 1973, waarover nog onderzoek loopt.
Gelet op het ontbreken van spoedeisend belang werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Het beroep tegen de vrijheidsontnemende maatregel werd ongegrond verklaard omdat geen strijd met de Vreemdelingenwet 2000 was gebleken. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
De uitspraak werd gedaan door rechter M. Mateman op 23 november 2009. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en het beroep tegen de vrijheidsontnemende maatregel wordt ongegrond verklaard.