ECLI:NL:RBSGR:2009:BK4704
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- R.J. Paris
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering minderjarige tot voorrang plaatsing in gesloten jeugdzorginstelling
De moeder van een minderjarige vordert dat de Staat en Bureau Jeugdzorg worden veroordeeld om haar zoon per direct op de eerst vrijkomende plek in de gesloten jeugdzorginstelling Ottho Gerhard Heldring (OGH) te plaatsen. De minderjarige verblijft sinds juli 2009 in een gesloten justitiële jeugdinrichting (JJI) in afwachting van een behandelplek vanwege ADHD- en verslavingsproblematiek. De kinderrechter heeft de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing meerdere malen verlengd.
De Staat voert aan dat het beleid is om jongeren in de gesloten jeugdzorg te plaatsen volgens een wachtlijst, waarbij urgentere gevallen voorrang krijgen. Er bestaat geen wettelijke termijn waarbinnen plaatsing moet plaatsvinden en geen verplichting om capaciteit op afroep beschikbaar te hebben. De rechtbank oordeelt dat de Staat niet onrechtmatig handelt door de minderjarige niet op de eerst vrijkomende plek te plaatsen, ook al is de situatie onwenselijk.
Hoewel Bureau Jeugdzorg weinig contact heeft onderhouden met de minderjarige en zijn ouders, leidt dit niet tot een verplichting tot voorrang. De situatie van de minderjarige is niet schrijnender dan die van jongeren met een urgentie-indicatie of nieuwe aanmeldingen. De rechtbank wijst de vordering af en veroordeelt de moeder in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot voorrang plaatsing in de gesloten jeugdzorginstelling wordt afgewezen.