ECLI:NL:RBSGR:2009:BK4919
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- M. Verberne
- Rechtspraak.nl
Verlening verblijfsvergunning afgewezen wegens onvoldoende bewijs en niet uitzonderlijke situatie in Diyala, Irak
Verzoeker, een minderjarige asielzoeker uit Baquba, provincie Diyala in Irak, diende beroep in tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning. De aanvraag werd binnen 48 uur in het aanmeldcentrum afgewezen vanwege het ontbreken van documenten en onvoldoende geloofwaardigheid van zijn relaas.
De rechtbank beoordeelde het asielrelaas, waarin verzoeker stelde dat hij en zijn familie bedreigd werden door terroristen en dat zijn vader en broer omkwamen bij aanslagen. Verzoeker beriep zich op artikel 15c van de Definitierichtlijn, stellende dat de situatie in Diyala een uitzonderlijke situatie van willekeurig geweld betreft.
De voorzieningenrechter concludeerde dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd waarom geen sprake zou zijn van een uitzonderlijke situatie, mede gelet op de UNHCR Eligibility guidelines van april 2009 en het algemeen ambtsbericht. Tevens oordeelde de rechtbank dat het ontbreken van documenten aan verzoeker toe te rekenen was en dat zijn relaas onvoldoende geloofwaardig was.
Desondanks werd het beroep gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens schending van het motiveringsbeginsel. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen wegens gebrek aan belang. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens onvoldoende motivering en erkenning van het risico op ernstige schade in Diyala.