ECLI:NL:RBSGR:2009:BK4945
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.F.M.J. Bouwman
- L.E.C. Rijckevorsel-Besier
- G.M.J. Vijftigschild
- Rechtspraak.nl
Verplichting Nederland tot behandeling asielverzoek na verblijfstitel op grond van artikel 64 Vw 2000
Eiser, een Somalische onderdaan, diende op 3 juni 2008 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Verweerder wees deze aanvraag op 25 augustus 2008 af omdat Italië verantwoordelijk zou zijn voor de behandeling van het asielverzoek. Eiser stelde beroep in en voerde aan dat hij gedurende een periode rechtmatig verblijf had in Nederland op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, waardoor de verantwoordelijkheid voor behandeling van het asielverzoek op Nederland was overgegaan.
De rechtbank oordeelde dat het achterwege laten van uitzetting op grond van artikel 64 Vw Pro 2000 voldoet aan de definitie van verblijfstitel in Verordening 343/2003, omdat het een machtiging betreft om zich tijdelijk in Nederland te verblijven in afwachting van tenuitvoerlegging van een verwijderingsmaatregel. Dit betekent dat Nederland de verplichting heeft om het asielverzoek te behandelen dat eiser eerder in Italië had ingediend.
De rechtbank vernietigde het besluit van 25 augustus 2008 en bepaalde dat verweerder opnieuw op de aanvraag moet beslissen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens veroordeelde de rechtbank verweerder tot betaling van de proceskosten aan eiser. De uitspraak bevestigt het belang van snelle vaststelling van de verantwoordelijke lidstaat voor asielverzoeken en sluit langdurig verblijf in een lidstaat niet uit van de verplichting tot behandeling van het asielverzoek in die lidstaat.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en bepaalt dat Nederland verantwoordelijk is voor de behandeling van het asielverzoek.