ECLI:NL:RBSGR:2009:BK4974
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep en voorlopige voorziening inzake Dublinoverdracht naar Italië
Verzoeker, van Somalische nationaliteit, diende een herhaalde asielaanvraag in Nederland in nadat hij eerder was teruggestuurd naar Italië. De Nederlandse overheid baseerde zich op het Dublinverdrag en het fictieve claimakkoord van 2 mei 2008, dat bepaalt dat Italië verantwoordelijk is voor de asielaanvraag. Verzoeker vertrok op 15 oktober 2008 met onbekende bestemming en meldde zich niet bij de Italiaanse autoriteiten, wat als onderduiken wordt aangemerkt. Hierdoor kan de overdrachtstermijn tot 18 maanden worden verlengd.
De rechtbank oordeelt dat het bestreden besluit materieel vergelijkbaar is met het eerdere besluit en dat de rechter dit niet als een eerste aanvraag mag beoordelen. Verzoeker bracht nieuwe feiten aan, maar deze zijn onvoldoende om het eerdere besluit te wijzigen of het interstatelijk vertrouwensbeginsel tussen Nederland en Italië te doorbreken. Verzoekers beroep op het EVRM en eerdere jurisprudentie faalt omdat deze niet concreet genoeg zijn voor zijn individuele situatie.
De rechtbank concludeert dat het beroep geen redelijke kans van slagen heeft en wijst het verzoek om een voorlopige voorziening en het beroep af. Er worden geen kosten aan partijen opgelegd. De uitspraak is gedaan door rechter W.J.B. Cornelissen op 16 oktober 2009.
Uitkomst: Het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening worden afgewezen omdat de overdrachtstermijn naar Italië nog niet is verstreken en geen nieuwe feiten het eerdere besluit ondermijnen.