ECLI:NL:RBSGR:2009:BK5094
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schadevergoeding en proceskosten na intrekking beroep tegen bewaring vreemdeling
Verzoeker werd op 3 november 2009 in bewaring gesteld door verweerder. Verzoeker diende een beroepschrift in tegen deze maatregel, maar trok dit beroep op 11 november 2009 in nadat de bewaring op 9 november 2009 was opgeheven. Verzoeker verzocht de rechtbank om een schadevergoeding toe te kennen en verweerder te veroordelen in de proceskosten.
De rechtbank overwoog dat op grond van artikel 106 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 een schadevergoeding kan worden toegekend indien de vrijheidsontneming wordt opgeheven vóór de behandeling van het beroep. Echter, de rechtbank concludeerde dat er geen grond was om te oordelen dat de bewaring onrechtmatig was opgelegd of eerder had moeten worden opgeheven. Verzoeker had onvoldoende bijzondere omstandigheden aangevoerd om een lichter middel te rechtvaardigen.
Ook het verzoek om proceskostenvergoeding werd afgewezen omdat het beroep was ingetrokken en de rechtbank het onredelijk achtte om proceskosten toe te kennen in deze situatie. De rechtbank wees beide verzoeken af en informeerde verzoeker over de mogelijkheid tot hoger beroep tegen het proceskostenbesluit.
Uitkomst: Verzoek om schadevergoeding en proceskosten na intrekking beroep tegen bewaring wordt afgewezen.