ECLI:NL:RBSGR:2009:BK5227
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.C. Punt
- Rechtspraak.nl
Vaststelling van het Nederlanderschap van een minderjarige erkend door gehuwde man
De zaak betreft een verzoek tot vaststelling dat een minderjarige, geboren in Kaapverdië en erkend door een man die op dat moment gehuwd was met een andere vrouw, de Nederlandse nationaliteit bezit. De minderjarige is geboren op 25 oktober 1992 en erkend bij geboorteaangifte op 21 mei 1993. De erkenner had de Nederlandse nationaliteit verkregen bij Koninklijk Besluit in 1991.
De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) stelde vragen over de rechtsgeldigheid van de erkenning, mede vanwege het feit dat de erkenner gehuwd was met een andere vrouw. Uit het Kaapverdisch Burgerlijk Wetboek bleek dat erkenning door een gehuwde man niet uitgesloten is. Volgens het Nederlandse Burgerlijk Wetboek is een erkenning door een gehuwde man in principe nietig, tenzij er een band bestaat die gelijkgesteld kan worden aan een huwelijk.
De rechtbank nam mee dat na de geboorte van de minderjarige nog twee kinderen uit dezelfde relatie zijn geboren en dat de erkenner financiële ondersteuning heeft geboden aan de moeder en de kinderen. Hierdoor oordeelde de rechtbank dat er een band bestaat die gelijkgesteld kan worden aan een huwelijk. De erkenning is daarmee geldig en de minderjarige heeft op grond daarvan de Nederlandse nationaliteit verkregen vanaf 21 mei 1993.
Uitkomst: De rechtbank stelt vast dat de minderjarige sinds 21 mei 1993 de Nederlandse nationaliteit bezit vanwege een geldige erkenning door een gehuwde man met een huwelijksgelijke band.