ECLI:NL:RBSGR:2009:BK5352
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bepaling hoofdverblijfplaats minderjarige bij vader na onrechtmatige verhuizing moeder naar Verenigde Staten
De rechtbank 's-Gravenhage behandelde een geschil tussen ouders over het gezag en de hoofdverblijfplaats van hun minderjarige kind. De moeder had zonder toestemming de minderjarige meegenomen naar de Verenigde Staten met het voornemen zich daar te vestigen. De vader verzocht om eenhoofdig gezag en om de hoofdverblijfplaats bij hem te bepalen, mede om herhaling van verhuizing te voorkomen.
De rechtbank constateerde dat de moeder de minderjarige onrechtmatig naar de VS had gebracht, maar dat het kind inmiddels weer in Nederland verbleef. De zorgregeling uit de echtscheidingsbeschikking van 6 maart 2009 werd weer uitgevoerd. Hoewel de communicatie tussen ouders niet optimaal was, achtte de rechtbank geen reden het gezag te wijzigen. De moeder mocht niet verhuizen met het kind naar de VS, omdat dit het contact met de vader ernstig zou beperken.
De rechtbank oordeelde dat het belang van de minderjarige het beste gediend is met verblijf in Nederland nabij beide ouders. De moeder toonde zich onbetrouwbaar door zonder toestemming te vertrekken. Het verzoek van de moeder tot wijziging hoofdverblijfplaats werd afgewezen. De zorgregeling bleef ongewijzigd. De rechtbank benadrukte dat ouders samen moeten samenwerken in het belang van het kind.
Uitkomst: De hoofdverblijfplaats van de minderjarige wordt bij de vader bepaald en alle overige verzoeken worden afgewezen.