ECLI:NL:RBSGR:2009:BK5378
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot wijziging hoofdverblijfplaats en omgangsregeling minderjarige
De moeder verzocht de rechtbank om de hoofdverblijfplaats van haar minderjarige kind bij haar te bepalen en een omgangsregeling vast te stellen waarbij de vader twee weekenden achtereen de zorg zou hebben. De minderjarige verblijft sinds circa tweeënhalf jaar bij de vader, en de moeder stelde dat de hoofdverblijfplaats tijdelijk bij de vader was en dat de minderjarige zelf had aangegeven bij haar te willen wonen.
De vader voerde verweer en stelde dat wijziging niet in het belang van het kind is, mede omdat de wens van het kind beïnvloed zou zijn door emotionele druk van de moeder. Ook bracht hij twijfels naar voren over de opvoedingsvaardigheden van de moeder. De rechtbank concludeerde dat de moeder geen objectief verifieerbare omstandigheden had aangedragen die een wijziging rechtvaardigen.
De rechtbank overwoog dat de minderjarige zich in een loyaliteitsconflict bevindt en dat het belang van het kind voorop staat. Er is geen aanleiding voor een onderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming, omdat reeds hulp is ingeschakeld en er geen aanwijzingen zijn dat de vader tekortschiet als opvoeder.
Het verzoek tot wijziging van de hoofdverblijfplaats en de omgangsregeling werd afgewezen. Ook het verzoek dat iedere partij de minderjarige zou halen of brengen werd afgewezen, omdat de afstand het gevolg is van de keuze van de moeder om te verhuizen en de vader de kosten voor verzorging en opvoeding draagt.
Uitkomst: Verzoek tot wijziging hoofdverblijfplaats en omgangsregeling wordt afgewezen; minderjarige blijft bij vader.