ECLI:NL:RBSGR:2009:BK6044
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- R.J. Paris
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schadevergoeding wegens onvoldoende bewijs onschuld na voorlopige hechtenis
Eiser werd aangehouden en in voorlopige hechtenis genomen op verdenking van meerdere diefstallen tussen maart 2005 en november 2006. Na langdurige hechtenis werd hij vrijgesproken omdat de ten laste gelegde feiten niet wettig en overtuigend waren bewezen. Eiser vorderde vervolgens schadevergoeding wegens onrechtmatige vrijheidsbeneming.
De rechtbank oordeelt dat de beslissing tot voorlopige hechtenis door de strafrechter is getoetst en dat de burgerlijke rechter dit niet opnieuw mag beoordelen. Hoewel eiser vrijgesproken is, betekent dit niet automatisch dat hij onschuldig is in de zin van onrechtmatige overheidsdaad. Eiser heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat uit het strafdossier blijkt dat hij de feiten niet heeft begaan.
Verder is onvoldoende spoedeisendheid aangetoond voor de vordering. De rechtbank wijst de schadevordering af en veroordeelt eiser in de proceskosten. De beslissing bevestigt het gesloten stelsel van rechtsmiddelen en het hoge bewijscriterium voor onrechtmatige overheidsdaad bij voorlopige hechtenis.
Uitkomst: Vordering schadevergoeding wegens onrechtmatige voorlopige hechtenis wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van onschuld.