ECLI:NL:RBSGR:2009:BK6505
Rechtbank 's-Gravenhage
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek tot vergoeding kosten rechtsbijstand na beëindiging strafzaak
Verzoeker heeft een verzoekschrift ingediend tot vergoeding van de kosten van zijn raadslieden en reiskosten, na beëindiging van zijn strafzaak door niet-verdere vervolging. De rechtbank heeft het strafdossier bestudeerd en vastgesteld dat aan de raadsman van verzoeker een toevoeging was toegekend die niet was ingetrokken voor het einde van de zaak.
De officier van justitie concludeerde primair tot niet-ontvankelijkheid van het verzoek, subsidiair tot afwijzing. De rechtbank volgt dit oordeel en verklaart verzoeker niet-ontvankelijk omdat niet is voldaan aan de voorwaarden van artikel 591a Sv voor toekenning van schadevergoeding.
De rechtbank laat onbeantwoord de vragen over de redelijkheid van de kosten van meerdere advocaten en de verhouding van gemaakte kosten tijdens beperkingen van verzoeker. Verzoeker was niet aanwezig tijdens de raadkamerzitting, wel zijn raadsman.
De beslissing is genomen door rechter G.H.M. Smelt en uitgesproken op 17 november 2009 te 's-Gravenhage.
Uitkomst: Verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard in het verzoek tot vergoeding van kosten rechtsbijstand.