ECLI:NL:RBSGR:2009:BK6506
Rechtbank 's-Gravenhage
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoeker in verzoekschrift tot vergoeding kosten rechtsbijstand
Verzoeker heeft een verzoekschrift ingediend op grond van artikel 591a van het Wetboek van Strafvordering tot vergoeding van kosten van zijn raadslieden, waaronder ook buitenlandse advocaten. De rechtbank heeft het strafdossier en de omstandigheden van de onderliggende strafzaak onderzocht.
Uit het dossier blijkt dat aan de raadsman van verzoeker een toevoeging was afgegeven die niet was ingetrokken voordat de strafzaak was geëindigd. De advocaten van het kantoor van de toegevoegd raadsman hebben hun werkzaamheden verricht op basis van deze toevoeging.
De rechtbank oordeelt dat hierdoor de uitzonderingssituatie van artikel 591a, tweede lid, Sv zich voordoet, waardoor verzoeker niet-ontvankelijk moet worden verklaard in zijn verzoek tot vergoeding van de kosten van rechtsbijstand, ook voor de kosten van de huidige procedure.
Verschillende vragen over de vergoeding van buitenlandse advocatenkosten, de duidelijkheid van de urenspecificaties en de redelijkheid van de kosten blijven daardoor onbeantwoord. Verzoeker is niet verschenen in de raadkamer, wel zijn advocaat was aanwezig. De rechtbank verklaart het verzoek niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard in het verzoek tot vergoeding van kosten rechtsbijstand.