ECLI:NL:RBSGR:2009:BK6523
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Verzoeker hoeft bij aanvraag verblijfsvergunning niet zelf beperking op te geven
Verzoeker, een Nigeriaanse nationaliteit, diende op 18 maart 2009 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, gericht op verblijf bij zijn dochter. De staatssecretaris van Justitie wees de aanvraag op 29 juli 2009 af, stellende dat verzoeker een verkeerde beperking had opgegeven en een nieuwe aanvraag moest indienen. Verzoeker maakte bezwaar en verzocht om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen.
De voorzieningenrechter stelde vast dat verzoeker in het aanvraagformulier onder het doel van verblijf had aangekruist 'anders, vanwege bijzondere en individuele omstandigheden' en dat hij in de toelichting had aangegeven dat het verblijf bij zijn dochter was. De rechtbank oordeelde dat uit de wetgeving niet volgt dat verzoeker naast het verblijfsdoel ook de beperking moet opgeven; dit is de taak van de verweerder.
De rechtbank verwierp het standpunt van de staatssecretaris dat artikel 3.100 Vreemdelingenbesluit 2000 dit anders zou bepalen, omdat verzoeker het opgegeven verblijfsdoel niet had gewijzigd tijdens de procedure. Het beroep werd gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en de staatssecretaris opgedragen een nieuw besluit te nemen. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten en tot vergoeding van griffierechten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd omdat verzoeker niet verplicht is om zelf de beperking van het verblijfsdoel op te geven.