ECLI:NL:RBSGR:2009:BK6594
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- H.C. Greeuw
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek vrijstelling mvv-vereiste wegens ontbreken schrijnende omstandigheden
Eiser, van Turkse nationaliteit, verzocht om vrijstelling van het mvv-vereiste bij zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd. Verweerder wees dit af omdat geen sprake was van schrijnende omstandigheden die een onbillijkheid van overwegende aard zouden opleveren. Eiser stelde dat de gevolgen van zijn illegale verblijf mede voor rekening van de Nederlandse staat moesten komen en dat nalatigheid van zijn gemachtigde niet aan hem toegerekend kon worden. Tevens voerde hij aan niet terug te kunnen keren naar Turkije en deed een beroep op het gelijkheidsbeginsel.
De rechtbank oordeelde dat de eerdere jurisprudentie geen aanleiding gaf om het standpunt van verweerder te verwerpen. De nalatigheid van de gemachtigde wordt volgens vaste jurisprudentie aan eiser toegerekend, ongeacht de procedure of mate van nalatigheid. De stelling dat terugkeer naar Turkije niet mogelijk is, was onvoldoende onderbouwd, temeer daar eiser een groot deel van zijn leven in Turkije heeft doorgebracht en zijn gezin daar woont. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat verweerder in het bestreden besluit gemotiveerd heeft waarom geen vrijstelling wordt verleend.
De rechtbank concludeerde dat verweerder in redelijkheid heeft kunnen besluiten geen vrijstelling van het mvv-vereiste te verlenen en verklaarde het beroep ongegrond. Tevens wees de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening af omdat het belang daarvan was komen te vervallen.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering tot vrijstelling van het mvv-vereiste wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.