ECLI:NL:RBSGR:2009:BK6662
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen schorsing recht op kinderbijslag wegens fictieve identiteit kinderen
Eiser maakte bezwaar tegen de schorsing van de kinderbijslag voor de kinderen B en C, omdat verweerder een gegrond vermoeden had dat het recht op kinderbijslag niet bestond. Dit vermoeden was gebaseerd op een rapport van de Attaché van Sociale Zaken te Marokko, waarin werd gesteld dat de kinderen F en G wel bestaan, maar hun identiteit en geboortedata zijn overgenomen van fictieve jongere kinderen B en C.
De rechtbank oordeelde dat verweerder voldoende onderbouwing had geleverd voor het gegrond vermoeden, ondanks dat eiser officiële documenten over het bestaan van de kinderen had overgelegd. De rechtbank verwierp het betoog van eiser dat het rapport niet als basis mocht dienen vanwege subjectieve waarnemingen en typefouten in de tip waarop het onderzoek was gebaseerd.
De rechtbank stelde vast dat het beroep zich richtte op de schorsing van de kinderbijslag en niet op de latere intrekking, en dat het beroep dus ontvankelijk was. Het beroep werd ongegrond verklaard omdat de aanwijzingen voor het gegrond vermoeden voldoende waren. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de schorsing van het recht op kinderbijslag wordt ongegrond verklaard.