ECLI:NL:RBSGR:2009:BK6797
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuurdersaansprakelijkheid voor naheffingsaanslagen loonbelasting en premie volksverzekeringen
De zaak betreft de aansprakelijkstelling van eiser als bestuurder van een holding voor naheffingsaanslagen loonbelasting en premie volksverzekeringen van de B.V. over de periode 2006 tot en met 2007. Eiser stelde dat zijn verzoek tot verrekening van teruggaven met openstaande belastingschulden als melding van betalingsonmacht moest worden gezien, wat de ontvanger betwistte. De rechtbank oordeelde dat dit verzoek geen melding van betalingsonmacht inhield en dat de ontvanger niet verplicht was tot verrekening zonder expliciet verzoek van de belastingschuldige.
Verder voerde eiser aan dat de ontvanger al op de hoogte was van betalingsonmacht van de werkmaatschappijen, zodat de meldingsplicht verviel. De rechtbank verwierp dit omdat eiser dit niet aannemelijk had gemaakt en er geen bewijs was dat de ontvanger bekend was met de financiële positie van de holding. Ook het beroep op het zorgvuldigheidsbeginsel en het verbod van détournement de pouvoir faalde, omdat de ontvanger niet onzorgvuldig had gehandeld en geen ander doel nastreefde dan het innen van belastingschulden.
De rechtbank stelde vast dat de aansprakelijkstelling voortijdig was voor naheffingsaanslagen waarvoor nog administratief beroep en procedures liepen, waardoor de B.V. niet in gebreke was en de aansprakelijkheid voor die aanslagen verviel. De naheffingsaanslagen waren niet onterecht vastgesteld, omdat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij geen werkzaamheden had verricht. De aansprakelijkheid voor boetes, invorderingsrente en kosten werd vernietigd wegens gebrek aan bewijs van verwijtbaarheid aan eiser. De rechtbank veroordeelde de ontvanger tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Beroep gegrond, aansprakelijkstelling verminderd tot €7.734 en proceskostenvergoeding toegewezen.