ECLI:NL:RBSGR:2009:BK6939
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.A. van der Straaten
- C. van Linschoten
- D.S.M. Bak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardig relaas en ontbreken subsidiaire bescherming
Eiser, een Iraakse soenniet uit Bagdad, verzocht om een verblijfsvergunning asiel, stellende dat hij bedreigd werd vanwege zijn geloof en dat hij meerdere keren dreigbrieven ontving en ontvoeringspogingen heeft meegemaakt. Verweerder wees de aanvraag af omdat eiser geen reisdocumenten kon overleggen en zijn asielrelaas ongeloofwaardig was.
De rechtbank oordeelde dat het paspoort dat eiser in Irak achterliet geen reisdocument was en dat eiser onvoldoende gedetailleerde en verifieerbare verklaringen gaf over zijn reisroute. Hierdoor kon verweerder het ontbreken van documenten aan eiser toerekenen, wat afbreuk deed aan de geloofwaardigheid van zijn verhaal.
Verder betwistte verweerder met voldoende motivering het beroep van eiser op subsidiaire bescherming op grond van artikel 15(c) van de EU-Definitierichtlijn. De rechtbank volgde de jurisprudentie van het EHRM en concludeerde dat de veiligheidssituatie in Irak, en Bagdad in het bijzonder, sinds 2008 is verbeterd en niet van dien aard is dat terugkeer een schending van artikel 3 EVRM Pro oplevert.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om een verblijfsvergunning af, zonder proceskostenveroordeling. Nieuwe asielmotieven die na de aanvraag werden aangevoerd konden niet in deze procedure worden meegenomen.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de asielaanvraag wordt afgewezen wegens ongeloofwaardig relaas en het ontbreken van subsidiaire bescherming.