ECLI:NL:RBSGR:2009:BK7001
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- R.J. Paris
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot overleveringsverzoek en vervolging in Nederland wegens vermeende misdaden tegen de menselijkheid
Eiser, met zowel de Argentijnse als Nederlandse nationaliteit, wordt verdacht van betrokkenheid bij misdaden tegen de menselijkheid tijdens het Videla-regime in Argentinië. Het Nederlands openbaar ministerie startte een opsporingsonderzoek en vroeg rechtshulp aan Argentinië, waarna Argentinië een uitleveringsverzoek aan Spanje indiende. Eiser werd in Spanje aangehouden, maar Nederland weigerde uitlevering vanwege zijn Nederlandse nationaliteit.
Eiser vorderde in kort geding dat Nederland een overleveringsverzoek aan Spanje zou doen om hem in Nederland te vervolgen, stellende dat Nederland rechtsmacht heeft en het bewijs voornamelijk in Nederland aanwezig is. De voorzieningenrechter benadrukte dat het openbaar ministerie het vervolgingsmonopolie heeft en een ruime beleidsvrijheid geniet bij vervolgingsbeslissingen, die slechts marginaal getoetst kunnen worden.
De rechter oordeelde dat ondanks de belangen van eiser, de feiten zich voornamelijk in Argentinië hebben voorgedaan, de slachtoffers daar wonen en het ESMA-proces in Argentinië spoedig zal plaatsvinden. Nederland beschikt niet overtuigend over beter bewijs dan Argentinië. Daarom is het redelijk dat het openbaar ministerie geen overleveringsverzoek indient en de vervolging aan Argentinië overlaat.
Ook de subsidiaire vorderingen werden afgewezen, mede vanwege de scheiding der machten en het ontbreken van bijzondere omstandigheden voor een aanwijzing. De rechter overwoog dat een terugkeergarantie van Argentinië naar Nederland niet afdwingbaar is, maar het zou passend zijn als Nederland via diplomatieke kanalen een dergelijke garantie zou proberen te verkrijgen. Eiser werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De voorzieningenrechter wijst de vorderingen af en bevestigt dat het openbaar ministerie de vervolging aan Argentinië kan overlaten.