ECLI:NL:RBSGR:2009:BK7098
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- C. van Linschoten
- Rechtspraak.nl
Toekenning verblijfsvergunning asiel aan Oeigoerse vrouw wegens vervolging in China
Eiseres, een vrouw van Oeigoerse afkomst uit China, verzocht om een verblijfsvergunning asiel nadat zij China ontvluchtte vanwege een gedwongen verhuizing en tewerkstelling door de Chinese autoriteiten. De aanvraag werd door verweerder afgewezen omdat niet aannemelijk werd geacht dat zij vervolging riskeerde en omdat zij haar paspoort had vernietigd.
De rechtbank beoordeelde het beroep en stelde vast dat eiseres inderdaad door de autoriteiten was benaderd voor gedwongen tewerkstelling, maar hieraan geen gehoor gaf en het land verliet. Zij verbleef langer dan zes maanden buiten China, waardoor zij volgens het landgebonden beleid in aanmerking komt voor asiel. De rechtbank vond dat de vermoedens over haar vervolging bij terugkeer voldoende aannemelijk waren.
Verweerder had gewezen op inconsistenties in het relaas en het feit dat eiseres legaal met een paspoort was vertrokken, maar de rechtbank achtte deze bezwaren onvoldoende. De behandeling die eiseres bij terugkeer te wachten staat, kwalificeert als vervolging wegens het behoren tot een bepaalde bevolkingsgroep, wat onder artikel 29 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 valt.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en veroordeelde verweerder tot het nemen van een nieuw besluit waarbij de verblijfsvergunning asiel wordt toegekend. Tevens werden proceskosten aan eiseres toegekend.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de verblijfsvergunning asiel wordt toegekend.