ECLI:NL:RBSGR:2009:BK7347
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- R.J. Paris
- Rechtspraak.nl
Verbod op inbeslagname speelgoedracers wegens onvoldoende bewijs voor risico onder 36 maanden
Vomar exploiteert een supermarktketen en voerde een klantenactie met speelgoedracers, kleine autootjes voorzien van een CE-markering. De Voedsel en Waren Autoriteit (VWA), onderdeel van de Staat, voerde onderzoek uit en stelde dat de racers niet voldoen aan de veiligheidsnormen voor kinderen onder 36 maanden, omdat onderdelen loslieten die verstikkingsgevaar kunnen opleveren. De VWA wilde daarom de racers in beslag nemen.
Vomar stelde dat de racers bestemd zijn voor kinderen boven de 36 maanden en dat zij voldoen aan de veiligheidsvoorschriften voor die leeftijdsgroep. Diverse onafhankelijke Notified Bodies uit Nederland, Duitsland, Engeland, België en Frankrijk concludeerden unaniem dat de racers geschikt zijn voor kinderen ouder dan 36 maanden, met een waarschuwing voor jongere kinderen. Het rapport van de VWA dat de racers ook voor jongere kinderen bestemd zouden zijn, vond de rechter onvoldoende zwaarwegend.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de VWA in redelijkheid niet tot het oordeel heeft kunnen komen dat de racers ook bestemd zijn voor kinderen onder 36 maanden en daarmee een gevaar vormen voor de volksgezondheid. De vordering van Vomar om beslaglegging te verbieden werd daarom toegewezen. De Staat werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De Staat wordt verboden beslag te leggen op de racers omdat onvoldoende is aangetoond dat deze bestemd zijn voor kinderen onder 36 maanden.