ECLI:NL:RBSGR:2009:BK8288
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking verblijfsvergunning asiel wegens vervallen beschermingsgrond Burundi
Eiseres, een vrouw van Burundische nationaliteit, kreeg in 2005 een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van het categoriale beschermingsbeleid voor Burundi. Dit beleid werd in 2006 beëindigd, waarna de verblijfsvergunningen van eiseres en haar minderjarige kinderen werden ingetrokken. Eiseres stelde dat de veiligheidssituatie in Burundi nog steeds zorgelijk was en dat zij aanspraak maakte op bescherming op grond van verschillende artikelen van de Vreemdelingenwet 2000 en de Definitierichtlijn.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht het categoriale beschermingsbeleid had beëindigd en dat de intrekking van de vergunningen op goede gronden plaatsvond. Eiseres kon niet aantonen dat zij gegronde vrees had voor vervolging of dat zij een reëel risico liep op foltering of onmenselijke behandeling bij terugkeer. Ook haar beroep op subsidiaire bescherming en op artikel 15 van Pro de Definitierichtlijn werd verworpen omdat niet was aangetoond dat de situatie in Burundi zodanig was dat zij louter door haar aanwezigheid een ernstig risico liep.
Verder kon het beroep op artikel 8 EVRM Pro niet in deze procedure worden beoordeeld vanwege de scheiding tussen asiel en reguliere verblijfsvergunningen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en zag geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de verblijfsvergunning asiel is ongegrond verklaard.