ECLI:NL:RBSGR:2009:BK9315
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Bezwaar tegen afwijzing verblijfsvergunning wedertoelating niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding
Eisers hebben aanvragen ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd in het kader van wedertoelating, welke door verweerder zijn afgewezen. Tegen deze besluiten zijn bezwaren ingediend die niet binnen de wettelijke termijn van vier weken zijn ingediend. De rechtbank oordeelt dat er geen verschoonbare redenen zijn voor deze termijnoverschrijding.
Eisers voerden aan dat de termijnoverschrijding verschoonbaar zou zijn omdat zij dachten dat een termijn van zes weken gold, gebaseerd op eerdere ervaringen in een naturalisatieprocedure, en dat de besluiten ook aan hun vorige gemachtigde hadden moeten worden gezonden. De rechtbank verwerpt deze argumenten omdat de bezwaartermijn duidelijk in de besluiten is vermeld en de gemachtigde niet betrokken was bij deze procedure.
Verder is overwogen dat het niet-ontvankelijk verklaren van het bezwaar geen strijd oplevert met het gemeenschapsrecht, aangezien de sanctie vergelijkbaar is met die voor Nederlandse onderdanen en geen belemmering vormt voor het verblijfsrecht van eisers. Eisers zijn na een nieuwe aanvraag alsnog in het bezit gesteld van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst verzoeken tot vergoeding van proceskosten af.
Uitkomst: Het bezwaar is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn zonder verschoonbare redenen, en het beroep is ongegrond.