ECLI:NL:RBSGR:2009:BK9347
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige staandehouding bij aangifte vermissing paspoort en onrechtmatige bewaring
Eiser deed aangifte van de vermissing van zijn paspoort en overhandigde een kopie hiervan. De politie bevroeg hem vervolgens naar zijn verblijfsrechtelijke positie, waarna hij werd staande gehouden en in bewaring gesteld op grond van de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank oordeelt dat uit het enkel willen doen van aangifte en het tonen van een kopie van het paspoort geen redelijk vermoeden van illegaal verblijf kan worden afgeleid, waardoor de staandehouding onrechtmatig was.
De rechtbank stelt vast dat verweerder onvoldoende heeft toegelicht waarom eiser uit eigen beweging zou hebben verklaard illegaal te verblijven en dat het proces-verbaal van staandehouding niet volledig is. Ook is onvoldoende onderbouwd waarom een lichter middel niet passend was. De bewaring wordt daarom onrechtmatig geacht en onmiddellijk opgeheven.
Verder kent de rechtbank eiser een schadevergoeding toe voor de periode dat hij ten onrechte aan de vrijheidsontnemende maatregel was onderworpen, en veroordeelt de Staat tot betaling van proceskosten. De rechtbank benadrukt dat de belangen van verweerder onvoldoende opwegen tegen het ernstige gebrek van de onrechtmatige staandehouding en bewaring.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, heft de bewaring op en kent een schadevergoeding toe wegens onrechtmatige staandehouding en bewaring.