ECLI:NL:RBSGR:2009:BK9835
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek lesbische vrouw uit Mongolië wegens onvoldoende risico op artikel 3 EVRM schending
Eiseres, een vrouw uit Mongolië, verzocht om een verblijfsvergunning asiel op grond van haar seksuele geaardheid en de slechte positie van lesbiennes in Mongolië. Zij stelde dat zij bij terugkeer een reëel risico loopt op discriminatie, vernedering en fysiek geweld, in strijd met artikel 3 van Pro het EVRM. Verweerder wees haar aanvraag af wegens gebrek aan geloofwaardige en verifieerbare bewijsstukken, waaronder het ontbreken van reis- en identiteitsdocumenten en onvoldoende onderbouwing van haar verhaal.
De rechtbank overwoog dat hoewel de positie van homoseksuelen en lesbiennes in Mongolië problematisch is, uit de overgelegde stukken niet blijkt dat zij systematisch vervolgd worden of dat iedere lesbienne een reëel risico loopt op een behandeling die verboden is onder artikel 3 EVRM Pro. Eiseres had geen persoonlijke feiten of omstandigheden gesteld die een dergelijk risico aannemelijk maken. Ook het feit dat zij in Frankrijk is verkracht, leidt niet tot recht op verblijf, omdat deze gebeurtenissen zich niet in het land van herkomst hebben voorgedaan.
Het beroep werd ongegrond verklaard. De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht het ontbreken van documenten en de onvolledige reisverklaring aan eiseres kon tegenwerpen en dat het asielrelaas onvoldoende overtuigend was. De rechtbank zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel wordt afgewezen.