ECLI:NL:RBSGR:2009:BL0869
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel minderjarige Hazara uit Uruzgan wegens onvoldoende motivering
Verzoeker, een minderjarige Hazara uit de regio Uruzgan in Zuid-Afghanistan, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel, die door verweerder werd afgewezen vanwege ongeloofwaardigheid van het asielrelaas en het ontbreken van een categoriale beschermingsstatus voor Afghaanse asielzoekers.
De voorzieningenrechter oordeelt dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de situatie in Zuid-Afghanistan niet leidt tot een reëel risico op ernstige schade door willekeurig geweld, zoals bedoeld in artikel 15c van de Definitierichtlijn. Verweerder heeft ook nagelaten de UNHCR Guidelines van juli 2009 te betrekken, die de verslechterde veiligheidssituatie en risico's voor minderjarigen bevestigen.
Daarnaast is het asielrelaas van verzoeker beoordeeld als ongeloofwaardig vanwege tegenstrijdigheden en vaagheden, hoewel zijn leeftijd en analfabetisme in redelijkheid niet tot een ander oordeel leiden. Het besluit is onzorgvuldig tot stand gekomen en ontbeert een deugdelijke motivering, waardoor het beroep gegrond wordt verklaard en het besluit wordt vernietigd.
De rechtbank draagt verweerder op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen en wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en onzorgvuldigheid.