ECLI:NL:RBSGR:2009:BL0943
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Hoofdverblijfplaats minderjarige toegewezen aan vader na verhuizing moeder
De moeder is verhuisd naar een andere woonplaats, waardoor de bestaande co-ouderschapsregeling niet langer uitvoerbaar is. De vader betwist de noodzaak van de verhuizing en stelt dat het niet in het belang van de minderjarige is om mee te verhuizen, omdat dit het contact met hem zou verminderen en het kind uit haar vertrouwde omgeving zou halen.
De rechtbank oordeelt dat de moeder zich heeft laten leiden door haar eigen verhuiswens en daarmee het belang van de minderjarige en de vader heeft ondergeschikt gemaakt. Gezien het belang van het kind wordt de hoofdverblijfplaats bij de vader vastgesteld, zodat het kind zo lang mogelijk in de vertrouwde omgeving kan opgroeien.
De moeder krijgt geen toestemming om met het kind naar haar nieuwe woonplaats te verhuizen. De zorgregeling wordt vastgesteld conform het voorstel van de moeder, aangezien de vader hiertegen geen verweer heeft gevoerd. De bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding wordt door de rechtbank op nihil gesteld.
Uitkomst: De hoofdverblijfplaats van de minderjarige wordt bij de vader vastgesteld en het verzoek van de moeder om met het kind te verhuizen wordt afgewezen.