ECLI:NL:RBSGR:2009:BL1005
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen uitzetting naar Irak wegens onvoldoende risico op schending artikel 3 EVRM
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen zijn uitzetting naar Irak, stellende dat deze in strijd is met artikel 3 EVRM Pro vanwege het gewapend conflict in Centraal-Irak. De rechtbank overweegt dat er geen categoriale bescherming geldt voor vreemdelingen uit Irak en dat de overheid keuzevrijheid heeft bij de bestemming van uitzetting, tenzij aannemelijk is dat er een reëel risico op schending van artikel 3 EVRM Pro bestaat.
Verzoeker heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij een reëel risico loopt bij uitzetting via Bagdad, mede omdat hij niet uit Centraal-Irak afkomstig is en middelen krijgt om door te reizen naar zijn woonplaats. De verwijzingen naar rapportages van de UNHCR en eerdere jurisprudentie zijn onvoldoende omdat deze betrekking hebben op andere regio's of personen. Tevens is het verzoek om voorlopige voorziening gebaseerd op documenten die niet als nieuw of authentiek zijn erkend.
De rechtbank stelt dat de eerdere afwijzingen van verblijfsvergunningen terecht zijn en dat de nieuwe aanvraag geen nieuwe feiten of omstandigheden bevat die een hernieuwde toetsing rechtvaardigen. De uitzetting kan derhalve doorgaan zonder schending van artikel 3 EVRM Pro. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de uitzetting wordt afgewezen.