ECLI:NL:RBSGR:2009:BL1047
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ingezetenschap en kinderbijslag bij terugkeer na tijdelijk verblijf in het buitenland
Eiser had kinderbijslag voor het eerste kwartaal van 2009 geweigerd gekregen omdat hij volgens verweerder niet als ingezetene van Nederland kon worden aangemerkt. Dit omdat hij pas op 30 november 2008 met zijn gezin in Nederland was teruggekeerd na een verblijf van ruim drie jaar in Finland en geen zelfstandige woonruimte had of werk verricht in Nederland.
Eiser stelde dat zijn huurcontract en het feit dat zijn verblijf in Finland tijdelijk was, samen met het behoud van sociale en juridische banden met Nederland, voldoende waren om als ingezetene te worden beschouwd. De rechtbank oordeelde dat de juridische en sociale binding van eiser met Nederland sterk was en dat het ontbreken van een economische binding op de peildatum onvoldoende was om het ingezetenschap te ontkennen.
De rechtbank verwierp de beleidsregel van verweerder die na een verblijf van langer dan drie jaar in het buitenland het ingezetenschap zonder meer beëindigt, omdat de rechter een zelfstandig oordeel moet kunnen vormen. Het beroep werd gegrond verklaard, het besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen binnen zes weken na onherroepelijkheid van deze uitspraak.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat eiser op 1 januari 2009 als ingezetene van Nederland geldt en vernietigt het besluit tot weigering van kinderbijslag.