ECLI:NL:RBSGR:2009:BL2473
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Terugvordering bijstandsuitkering minderjarige wegens middelen moeder
Eisers, minderjarige kinderen met de Nederlandse nationaliteit, ontvingen een bijstandsuitkering wegens zeer dringende redenen omdat hun moeder, met de Ghanese nationaliteit, niet rechtmatig in Nederland verbleef en geen recht op bijstand had.
Later bleek dat de moeder met terugwerkende kracht een uitkering op grond van de Nabestaandenwet en een nabestaandenpensioen ontving, waardoor zij over middelen beschikte die de bijstand aan de kinderen overbodig maakten. Verweerder vorderde daarom de ten onrechte verstrekte bijstand aan eisers terug.
Eisers betoogden dat de terugvordering niet van hun moeder kon worden gevorderd omdat zij geen bijstandsontvanger was en dat zij zelf geen inkomsten hadden om de terugvordering te voldoen. De rechtbank oordeelde dat de terugvordering terecht was gericht op de minderjarige eisers, niet op de moeder, en dat verweerder bevoegd was tot terugvordering op grond van artikel 58 WWB Pro.
De rechtbank vond geen dringende redenen om van terugvordering af te zien, mede omdat verweerder bij invordering de beslagvrije voet respecteert, waardoor eisers geen onaanvaardbare gevolgen ondervinden. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De terugvordering van de bijstandsuitkering aan de minderjarige eisers is terecht en het beroep wordt ongegrond verklaard.