ECLI:NL:RBSGR:2009:BL3618
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Werkgever aansprakelijk voor ernstig letsel door niet geborgde ladder op bouwplaats woon-zorgcentrum
Op 27 mei 2008 vond een ernstig ongeval plaats in een woon-zorgcentrum te Den Haag tijdens renovatiewerkzaamheden uitgevoerd door [A] BV. Een timmerman van [A] BV liet een niet geborgde ladder achter in een trapgat zonder passende waarschuwingen of maatregelen, waardoor een medewerker van het woon-zorgcentrum viel en een gebroken ruggenwervel opliep.
De rechtbank stelde vast dat de gedraging van de timmerman, die in dienst was van [A] BV, redelijkerwijs aan de rechtspersoon kon worden toegerekend. Hoewel [A] BV schriftelijke instructies gaf en toezicht hield, was dit onvoldoende om het gevaar te voorkomen. Er was onvoldoende toezicht en communicatie over de werkzaamheden en de gevaren op de bouwplaats.
De rechtbank verklaarde het bewezen dat [A] BV als werkgever geen doeltreffende maatregelen had genomen om het gevaar te voorkomen, in strijd met artikel 10 lid 1 van Pro de Arbeidsomstandighedenwet 1998. De strafrechtelijke aansprakelijkheid werd vastgesteld en [A] BV werd veroordeeld tot een geldboete van €4500.
De vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding werd niet-ontvankelijk verklaard omdat deze niet van eenvoudige aard was en beter bij de burgerlijke rechter kon worden aangebracht. De rechtbank benadrukte dat strafrechtelijke aansprakelijkheid en civielrechtelijke aansprakelijkheid niet noodzakelijkerwijs samenvallen.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt [A] BV tot een geldboete van €4500 wegens het niet nemen van doeltreffende veiligheidsmaatregelen waardoor een medewerker ernstig letsel opliep.