ECLI:NL:RBSGR:2009:BL4407
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- P.D. Veenendaal
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen indicatiebesluit persoonsgebonden budget
Appellant maakte bezwaar tegen een indicatiebesluit van 23 juli 2008 inzake een persoonsgebonden budget voor zijn minderjarige kind. Dit bezwaar werd echter pas op 11 september 2008 ingediend, na het verstrijken van de wettelijke termijn van zes weken. Verweerder stelde dat het bezwaar daarom niet-ontvankelijk was.
Appellant voerde aan dat hij pas na ontvangst van de beschikking van het zorgkantoor op 25 augustus 2008 de financiële gevolgen van het indicatiebesluit kende, waardoor het bezwaar te laat was ingediend. De rechtbank oordeelde dat appellant pro forma bezwaar had kunnen maken binnen de termijn en dat er geen verschoonbare reden was voor de te late indiening. Daarom was het bezwaar niet-ontvankelijk.
Omdat vernietiging van het besluit op bezwaar appellant in een slechtere positie zou brengen dan het oorspronkelijke indicatiebesluit, handhaafde de rechtbank op grond van artikel 8:69 lid 1 Awb Pro de rechtsgevolgen van het besluit op bezwaar. Het besluit op bezwaar werd vernietigd, maar appellant werd alsnog niet-ontvankelijk verklaard in zijn bezwaar. De rechtsgevolgen van het besluit op bezwaar bleven in stand.
Uitkomst: Appellant is niet-ontvankelijk verklaard in zijn bezwaarschrift, maar de rechtsgevolgen van het besluit op bezwaar blijven in stand.