ECLI:NL:RBSGR:2009:BM1289
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geschil over verschuldigde heffingsrente bij voorlopige aanslag inkomstenbelasting 2006
Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen de door de Belastingdienst opgelegde heffingsrente over haar voorlopige aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) 2006. De kern van het geschil betrof de vraag of zij heffingsrente verschuldigd was en, zo ja, de hoogte daarvan. De rechtbank stelde vast dat de voorlopige aanslag binnen de wettelijke termijn was opgelegd en dat de heffingsrente conform de wet terecht in rekening was gebracht.
Eiseres voerde aan dat de heffingsrente in strijd was met het doel en de strekking van de wet en dat zij geen rente verschuldigd was. Daarnaast stelde zij dat de Belastingdienst onzorgvuldig had gehandeld en dat zij op grond van het vertrouwensbeginsel mocht verwachten dat de rente niet in rekening zou worden gebracht. De rechtbank verwierp deze stellingen, mede omdat eiseres geen bewijs leverde van een expliciete toezegging of onzorgvuldig handelen door de Belastingdienst.
De rechtbank verwees naar de wettelijke bepalingen in de Algemene wet inzake rijksbelastingen (Awr) en de jurisprudentie van de Hoge Raad, die bevestigen dat het in rekening brengen van heffingsrente ook gerechtvaardigd is als de aanslag eerder had kunnen worden opgelegd. De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is en wees het af zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de in rekening gebrachte heffingsrente is ongegrond verklaard en de heffingsrente is terecht opgelegd.