ECLI:NL:RBSGR:2009:BN8398
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning wegens onvoldoende risico op schending EVRM artikel 3 bij terugkeer naar Irak
Eiser, een Iraakse vreemdeling met een medische voorgeschiedenis van TBC en een achtergrond als militair en politieagent, verzocht om een verblijfsvergunning in Nederland. Verweerder wees dit verzoek af op grond van artikel 31 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, onder meer vanwege onvoldoende geloofwaardigheid en zwaarwegendheid van het asielrelaas.
Eiser voerde aan dat hij tot een risicogroep behoort vanwege zijn vroegere werkzaamheden en dat de situatie in Bagdad verslechterd zou zijn, wat een verblijfsvergunning op humanitaire gronden zou rechtvaardigen. De rechtbank oordeelde dat de medische situatie van eiser niet ernstig genoeg was om een vergunning te rechtvaardigen en dat zijn ontvoering lang geleden was en niet direct verband hield met zijn werkzaamheden.
De rechtbank volgde het oordeel van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens dat de algemene veiligheidssituatie in Irak, en specifiek in Bagdad, niet zodanig is dat terugkeer een reëel risico op schending van artikel 3 EVRM Pro oplevert. De aangevoerde rapporten toonden geen verslechtering die tot een ander oordeel zou leiden. Ook klemmende humanitaire redenen werden niet vastgesteld.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees de aanvraag van de verblijfsvergunning af.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanvraag voor een verblijfsvergunning wordt afgewezen.