ECLI:NL:RBSGR:2009:BO1094
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.M. Vink
- L. de Loor-Alwin
- T. van Rij
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen naheffingsaanslag en boete wegens termijnoverschrijding
Eiseres betwistte de datum van bekendmaking van de naheffingsaanslag en stelde dat zij deze pas op 31 mei 2007 had ontvangen, waardoor haar bezwaarschrift van 10 juli 2007 tijdig zou zijn ingediend. Verweerder stelde dat de naheffingsaanslag op 24 mei 2007 was verzonden, ondersteund door een ambtsedige verklaring. De rechtbank oordeelde dat verweerder aannemelijk had gemaakt dat de aanslag uiterlijk op 26 mei 2007 was ontvangen en dat eiseres onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de aanslag later was ontvangen dan de dagtekening.
De rechtbank stelde vast dat de bezwaartermijn op 27 mei 2007 begon en op 9 juli 2007 eindigde. Het bezwaarschrift van 10 juli 2007 was niet tijdig ter post bezorgd en werd pas op 17 juli 2007 ontvangen, waardoor het niet-ontvankelijk was. Dit oordeel gold zowel voor het bezwaar tegen de naheffingsaanslag als voor het bezwaar tegen de boete, aangezien de ontvankelijkheid van elk bezwaar afzonderlijk moest worden beoordeeld.
Er waren geen feiten of omstandigheden die de te late indiening verschoonbaar maakten. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en zag geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. Partijen werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep binnen zes weken bij het gerechtshof te 's-Gravenhage.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de naheffingsaanslag en de boete is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn.