ECLI:NL:RBSGR:2009:BP4032
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- R.J. Paris
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering onmiddellijke invrijheidstelling wegens levensbedreigende ziekte
Eiser sub 1, veroordeeld tot levenslange gevangenisstraf, vordert onmiddellijke invrijheidstelling wegens een ongeneeslijke longkanker met een korte levensverwachting. Eisers stellen dat voortzetting van de detentie onrechtmatig is en in strijd met artikel 3 en Pro 8 EVRM. De voorzieningenrechter oordeelt dat eiser sub 1 niet ontvankelijk is in zijn vordering voor strafonderbreking omdat de procedure bij de RSJ een voldoende waarborgen omklede strafrechtelijke rechtsgang biedt.
De rechter overweegt dat het beleid omtrent gratieverzoeken een ruime beleidsvrijheid aan gedaagde toekent, waarbij schorsende werking slechts bij hoge uitzondering wordt toegekend. De medische gegevens zijn adequaat betrokken bij de adviezen van het openbaar ministerie en de rechtbank Rotterdam. De detentie van eiser sub 1 is niet onmenselijk omdat de medische voorzieningen in het penitentiair ziekenhuis adequaat zijn.
Verder is geen sprake van strijd met artikel 8 EVRM Pro, aangezien de gerechtvaardigde inbreuk op het recht op gezinsleven voortvloeit uit de levenslange gevangenisstraf. De vordering wordt daarom afgewezen en eisers worden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot onmiddellijke invrijheidstelling wordt afgewezen en eiser deels niet-ontvankelijk verklaard.