ECLI:NL:RBSGR:2009:BQ4586
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.A.C. van Rossum
- M.I. Veldt-Foglia
- G.A.M. Strijards
- Rechtspraak.nl
Toestemming tot uitlevering wegens oorlogsmisdaad tegen krijgsgevangene
De rechtbank Den Haag behandelde een verzoek tot uitlevering van een persoon met de Nederlandse nationaliteit aan Bosnië en Herzegovina wegens een oorlogsmisdaad gepleegd in 1993. De tenlastelegging betreft het opzettelijk doden van een krijgsgevangene tijdens het conflict in Bosnië. De rechtbank beoordeelde of het delict onder de Nederlandse wet strafbaar is (dubbele strafbaarheid) en concludeerde dat dit het geval is op grond van de Nederlandse Wet Internationale Misdrijven.
De verdediging voerde aan dat de identiteit van de persoon niet voldoende vaststaat en dat de uitleveringsprocedure onredelijk lang heeft geduurd, waardoor het recht op een eerlijk proces volgens artikel 6 EVRM Pro zou zijn geschonden. De rechtbank verwierp deze verweren, stellende dat de identiteit voldoende is vastgesteld en dat het uitleveringsverzoek tijdig en zorgvuldig is behandeld. Tevens wees de rechtbank erop dat het EVRM een effectieve rechtsgang na uitlevering waarborgt.
De rechtbank benadrukte dat zij niet bevoegd is om inhoudelijk over de schuld te oordelen, dat dit aan de Bosnische rechter is. Ook kan zij geen voorwaarden verbinden aan de uitlevering omtrent detentie of strafuitvoering. De uitlevering werd daarom toegestaan voor het doel van strafvervolging wegens de oorlogsmisdaad zoals omschreven in de Bosnische wetgeving.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de uitlevering van de verdachte aan Bosnië en Herzegovina toelaatbaar voor het plegen van een oorlogsmisdaad.