ECLI:NL:RBSGR:2009:BR6845
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen ontslag militair wegens softdrugsgebruik
De zaak betreft een verzoek om een voorlopige voorziening tegen het besluit van de Staatssecretaris van Defensie om de verzoeker, een militair bij de Koninklijke Marechaussee, per 1 maart 2009 te ontslaan wegens wangedrag in de vorm van softdrugsgebruik en het zich inlaten met softdrugs.
Verweerder baseerde het ontslag op videobeelden, verklaringen van betrokkenen en een proces-verbaal waaruit zou blijken dat verzoeker een joint rookte en zich in gezelschap bevond waar softdrugs werden gebruikt. De voorzieningenrechter kon op de videobeelden niet met zekerheid vaststellen dat het om een joint ging, maar achtte de verklaringen van twee getuigen betrouwbaar en voldoende aannemelijk dat verzoeker softdrugs had gebruikt.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het beleid van Defensie met betrekking tot softdrugsgebruik niet kennelijk onredelijk is en dat het ontslag op deze grond gerechtvaardigd is. Wel stelde de rechter vast dat het ontslag niet op de juiste wettelijke grond was gebaseerd, maar dit vormde geen reden om het verzoek toe te wijzen.
Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het ontslag van de militair wegens softdrugsgebruik wordt afgewezen.