ECLI:NL:RBSGR:2010:BK9287
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardig asielrelaas en ontbreken uitzonderlijke situatie in Irak
Eiser, een Iraakse soennitische kapper, verzocht om een verblijfsvergunning asiel. Hij stelde dat hij vanwege zijn beroep en de verslechterde veiligheidssituatie in Irak gevaar liep en daarom was gevlucht. Verweerder wees de aanvraag af wegens het ontbreken van documenten ter onderbouwing van de reisroute en de ongeloofwaardigheid van het asielrelaas.
De rechtbank oordeelde dat het ontbreken van reisdocumenten aan eiser kon worden toegerekend en dat zijn verklaring hierover onvoldoende aannemelijk was. Het asielrelaas bevatte hiaten en was onvoldoende concreet, met name het vermoeden dat hij enkel vanwege zijn beroep als kapper gevaar liep werd niet geloofd. Daarnaast was geen uitzonderlijke situatie in Irak aangetoond die een reëel risico op ernstige bedreiging rechtvaardigt.
Ook het beroep op artikel 15c van de Definitierichtlijn werd verworpen omdat eiser niet voldeed aan de criteria voor subsidiaire bescherming. Het categoriale beschermingsbeleid voor Centraal-Irak was terecht beëindigd. De rechtbank concludeerde dat verweerder in redelijkheid tot zijn besluit kon komen en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt bevestigd.