ECLI:NL:RBSGR:2010:BK9787
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortzetting grensdetentie op grond van Vreemdelingenwet 2000
Eiser werd op 29 december 2009 de toegang tot Nederland geweigerd en direct vrijheidsontnemend vastgehouden op grond van artikel 6 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Na een nader gehoor op 2 januari 2010 werd de maatregel gehandhaafd op basis van het beleid in paragraaf C12/2.2.1 van de Vreemdelingencirculaire 2000. Eiser stelde dat de voortzetting onrechtmatig was vanwege ondeugdelijke motivering, strijd met internationale bepalingen zoals artikel 5 EVRM Pro en de Terugkeerrichtlijn, en schending van het proportionaliteitsbeginsel. Tevens voerde hij aan dat het nader onderzoek binnen de AC-procedure had moeten plaatsvinden en dat hij recht had op plaatsing in een opvang- en onderzoekscentrum.
Verweerder verdedigde het besluit en stelde dat het beleid correct was toegepast. Het onderzoek naar het psychologisch rapport en de studentenvereniging viel binnen de beoordelingsruimte van verweerder. De detentie in de Verenigde Staten werd als van ondergeschikt belang beschouwd, aangezien deze niet gerelateerd was aan de huidige asielprocedure. De rechtbank oordeelde dat verweerder het beleid naar behoren had toegepast en dat het grensbewakingsbelang mocht prevaleren boven het belang van eiser, mede gezien de termijn van maximaal zes weken voor het onderzoek.
De rechtbank vond onvoldoende onderbouwing voor de stelling dat het onderzoek naar de studentenvereniging binnen de AC-procedure had moeten plaatsvinden, waardoor deze grond het besluit niet kon dragen. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. Het beroep werd ongegrond verklaard en de voortzetting van de maatregel als rechtmatig beoordeeld.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de voortzetting van de vrijheidsontnemende maatregel.