ECLI:NL:RBSGR:2010:BL0222
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bevel tot terugkeer minderjarige naar Canada wegens ongeoorloofde internationale kinderontvoering
De zaak betreft een verzoek tot teruggeleiding van een minderjarige naar Canada op grond van het Haagse Verdrag inzake internationale kinderontvoering. De moeder had de minderjarige zonder toestemming van de vader in Nederland achtergehouden, terwijl de vader samen met de moeder het gezag uitoefent volgens Canadees recht.
De rechtbank oordeelt dat Canada de gewone verblijfplaats van de minderjarige is en dat de achterhouding door de moeder ongeoorloofd is. De moeder voerde verweer met een beroep op weigeringsgronden uit het Verdrag, waaronder instemming van de vader en risico op gevaar bij terugkeer, maar deze werden verworpen.
De rechtbank bepaalt dat de onmiddellijke terugkeer van de minderjarige naar Canada moet worden bevolen, met een terugkeerdatum vastgesteld op 10 maart 2010 vanwege de medische behandeling van de moeder in Nederland. Proceskosten worden ieder voor eigen rekening gedragen.
Uitkomst: De rechtbank gelast de onmiddellijke terugkeer van de minderjarige naar Canada met terugkeerdatum 10 maart 2010.