ECLI:NL:RBSGR:2010:BL1593
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Teruggeleiding minderjarige na internationale kinderontvoering naar Slowakije
De rechtbank 's-Gravenhage behandelde een verzoek van de Centrale Autoriteit tot teruggeleiding van een vijfjarige minderjarige naar Slowakije, nadat de moeder het kind zonder toestemming van de vader naar Nederland had overgebracht. De ouders oefenden gezamenlijk gezag uit volgens Slowaaks recht. De moeder voerde aan dat de vader had ingestemd met het verblijf in Nederland en dat terugkeer het kind blootstelt aan gevaar vanwege de situatie van de vader en zijn opvoedingswijze.
De rechtbank stelde vast dat de vader het gezag daadwerkelijk uitoefende en dat de overbrenging zonder zijn toestemming plaatsvond, waardoor sprake is van ongeoorloofde overbrenging in de zin van het Haags Verdrag. De moeder kon geen weigeringsgronden aantonen, zoals een ernstig risico op lichamelijk of geestelijk gevaar voor het kind bij terugkeer. De rechtbank oordeelde dat het kind te jong en niet rijp genoeg was om zijn mening over de terugkeer te laten meewegen.
De rechtbank besloot dat de onmiddellijke terugkeer naar Slowakije gelast moest worden, met een terugkeerdatum op 4 februari 2010 om het kind voor te bereiden en een eventueel hoger beroep af te wachten. Proceskosten werden gecompenseerd zodat elke partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De rechtbank gelast de onmiddellijke terugkeer van de minderjarige naar Slowakije op 4 februari 2010.