ECLI:NL:RBSGR:2010:BL1897
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vervangende toestemming erkenning minderjarige door biologische vader na vernietiging eerdere erkenning
De man, biologische vader van het kind, verzocht de rechtbank om de erkenning van het kind door de ex-echtgenoot van de moeder te vernietigen wegens misbruik van bevoegdheid en om vervangende toestemming te verkrijgen voor zijn eigen erkenning van het kind.
De rechtbank oordeelde dat de man niet bevoegd was tot vernietiging van de erkenning, tenzij er sprake was van misbruik van bevoegdheid door de moeder. Dit werd niet aannemelijk geacht omdat de moeder legitieme belangen had bij het toestaan van de erkenning door haar ex-echtgenoot, waaronder het regelen van de zorg bij overlijden.
De bijzonder curator diende een zelfstandig verzoek tot vernietiging van de erkenning in, welk verzoek de rechtbank toewijst omdat de erkenner niet de biologische vader is. Vervolgens verleent de rechtbank onder voorwaarde van kracht van gewijsde van de vernietiging vervangende toestemming aan de man om het kind te erkennen.
De rechtbank wijst het verzoek tot uitvoerbaarverklaring bij voorraad af en houdt verdere beslissingen over omgang en informatievoorziening aan in afwachting van mediation of een nieuwe zitting.
Uitkomst: De erkenning door de ex-echtgenoot wordt vernietigd en vervangende toestemming tot erkenning door de biologische vader wordt verleend.