ECLI:NL:RBSGR:2010:BL2329
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Redelijke wetstoepassing vereist rentevergoeding over teruggaaf en navordering heffingskorting
Eiseres ontving voor 2003 een voorlopige teruggaaf in verband met de uitbetaling van de algemene heffingskorting. Haar fiscale partner leed over 2006 een ondernemingsverlies dat deels werd verrekend met 2003, waardoor zijn aanslag IB/PVV 2003 werd verminderd tot nihil. De inspecteur vergoedde geen heffingsrente over deze teruggaaf aan de partner.
Daarna legde de inspecteur aan eiseres een navorderingsaanslag IB/PVV 2003 op, waarbij hij heffingsrente in rekening bracht. De rechtbank stelde vast dat de teruggaaf aan de partner en de navorderingsaanslag aan eiseres dermate met elkaar verknocht zijn dat het onredelijk is om geen rente te vergoeden over de teruggaaf en wel rente te heffen over de navordering.
De rechtbank vernietigde daarom de beschikking heffingsrente en verklaarde het beroep van eiseres gegrond. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten van eiseres. De uitspraak benadrukt het belang van een redelijke toepassing van de wet bij de heffing en teruggaaf van heffingskortingen.
Uitkomst: Het beroep van eiseres is gegrond verklaard en de beschikking heffingsrente is vernietigd.