ECLI:NL:RBSGR:2010:BL3388
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking verblijfsvergunning asiel wegens onjuiste nationaliteitsgegevens en onvoldoende bescherming
Eiser, met Congolese nationaliteit, kreeg een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd toegekend op grond van een categoriaal beschermingsbeleid voor Tutsi uit de DRC. Later overhandigde hij documenten waaruit bleek dat hij de Burundische nationaliteit zou bezitten, wat leidde tot intrekking van zijn vergunning wegens het verstrekken van onjuiste gegevens.
De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht aan deze documenten betekenis heeft gehecht, mede omdat deze gelegaliseerd waren. Eiser kon niet aannemelijk maken dat hij gegronde vrees voor vervolging had of dat hij een reëel risico liep op foltering of onmenselijke behandeling bij terugkeer naar Burundi.
Ook het beroep op humanitaire gronden en het categoriaal beschermingsbeleid voor Burundi werd afgewezen, aangezien de veiligheidssituatie volgens de ambtsberichten en het beleid van verweerder niet zodanig was dat terugkeer van bijzondere hardheid was. Het beroep is daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt de intrekking van de verblijfsvergunning asiel wegens onjuiste nationaliteitsgegevens en onvoldoende aannemelijk gemaakte bescherming.