ECLI:NL:RBSGR:2010:BL3460
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- A. van ’t Laar
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening inzake duurzame relatie en rechtmatig verblijf gemeenschapsonderdaan
Verzoeker, een Kaapverdische vreemdeling, heeft een aanvraag ingediend voor een document dat rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan in Nederland bewijst. Verweerder heeft deze aanvraag afgewezen wegens het ontbreken van bewijs voor een duurzame relatie met een EU/EER-onderdaan, zoals vereist in artikel 8.7, vierde lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000 en de Vreemdelingencirculaire 2000.
De voorzieningenrechter toetst de beoordelingsruimte van verweerder en concludeert dat deze op juiste wijze is ingevuld. Verzoeker heeft onvoldoende bewijs geleverd van een gezamenlijke huishouding van ten minste zes maanden, zoals een inschrijving in de gemeentelijke basisadministratie (GBA), huurcontracten of gezamenlijke rekeningen. Een door verzoeker alleen ondertekende relatieverklaring is onvoldoende.
De voorzieningenrechter benadrukt dat de bewijslast bij verzoeker ligt en dat het beleid niet strijdig is met het gemeenschapsrecht of het EVRM. Het spoedeisend belang is aanwezig, maar het bestreden besluit is kennelijk rechtmatig, zodat het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.
Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van een duurzame relatie.