ECLI:NL:RBSGR:2010:BL3637
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering verblijfsvergunning voortgezet verblijf wegens ontbreken vereiste vergunning
Eiser diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning voortgezet verblijf op grond van artikel 3.52, eerste lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000, maar deze werd geweigerd omdat hij niet in het bezit was van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd zoals bedoeld in artikel 14 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Eiser voerde aan dat hij op grond van het beleid en het Besluit 1/80 in aanmerking kwam voor de vergunning, onder meer omdat hij meer dan drie jaar legale arbeid had verricht en zijn verblijf niet afhankelijk zou zijn van dat van zijn echtgenote.
De rechtbank oordeelde dat eiser niet ontvankelijk was in zijn beroep omdat hij niet beschikte over de vereiste verblijfsvergunning en dat voor een wijziging van het verblijfsdoel een nieuwe aanvraag vereist is. Het beroep op het Besluit 1/80 werd niet meegenomen omdat eiser geen nieuwe aanvraag had ingediend. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees de gevraagde vergunning af.
De procedure omvatte een openbare zitting waarbij eiser en zijn gemachtigde aanwezig waren, evenals de gemachtigde van verweerder en een tolk. De rechtbank vond geen aanleiding om de kosten aan één van de partijen toe te wijzen.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de verblijfsvergunning voortgezet verblijf wordt ongegrond verklaard.