ECLI:NL:RBSGR:2010:BL3729
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Naheffing omzetbelasting en boete wegens kamerverhuur in seksinrichting
Eiseres exploiteert een onderneming als kamerverhuurbedrijf en heeft een vergunning voor een seksinrichting. Verweerder legde naheffingsaanslagen omzetbelasting op over de jaren 2002 tot en met 2004, inclusief een boete wegens opzettelijk te weinig aangifte. De kern van het geschil betrof de vraag of de vergoedingen voor kamerverhuur vrijgesteld zijn of onderdeel uitmaken van één belastbare prestatie, namelijk het gelegenheid geven tot seksuele omgang.
De rechtbank oordeelde dat vanuit het perspectief van de afnemer (de prostituant) sprake is van één dienst, waarbij eiseres de prestatie aan de prostituant verricht. Hierdoor zijn zowel de vergoedingen voor het gebruik van de kamers als voor de seksuele diensten terecht belast met 19% omzetbelasting en is de naheffing terecht opgelegd. Het verweer dat sprake zou zijn van vrijgestelde kamerverhuur werd niet aannemelijk geacht.
De boete wegens opzettelijk te weinig aangifte werd eveneens gehandhaafd, omdat de substantiële verschillen in de administratie niet konden worden toegeschreven aan een pleitbaar standpunt. Wel werd de boete met 10% gematigd wegens overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro. Het beroep werd uiteindelijk ongegrond verklaard.
Uitkomst: De naheffingsaanslag en boete zijn terecht opgelegd, met matiging van de boete wegens termijnoverschrijding.