ECLI:NL:RBSGR:2010:BL3775
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- M.Th. Nijhuis
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering Combinatie wegens ongeldige inschrijving aanbesteding Rijkswaterstaat
Rijkswaterstaat heeft een Europese niet-openbare aanbestedingsprocedure gehouden voor de wegverbreding van het traject A28 Hattemerbroek – Lankhorst. De Combinatie heeft tijdig ingeschreven, maar Rijkswaterstaat heeft haar inschrijving op grond van het Aanbestedingsreglement Werken 2005 ongeldig verklaard omdat deze op vier essentiële punten niet voldeed aan de vraagspecificatie.
De Combinatie vordert dat Rijkswaterstaat het werk niet aan een ander mag gunnen, stellende dat de beoordelingsprocedure onjuist is gevolgd en dat haar inschrijving ten onrechte ongeldig is verklaard. Zij stelt dat haar inschrijving tweemaal is beoordeeld, waarvan één keer niet anoniem, wat in strijd zou zijn met het gelijkheidsbeginsel.
De voorzieningenrechter oordeelt dat een inschrijver met een ongeldige inschrijving het werk niet kan krijgen en dat de vordering daarom al om die reden moet worden afgewezen. Daarnaast heeft de Combinatie niet aannemelijk gemaakt dat haar inschrijving tweemaal is beoordeeld. De beoordelingscommissie had vragen over de inschrijving en mocht die stellen. Het minimale cijfer zes betekent geen geldige inschrijving maar dat het onderdeel geen meerwaarde biedt.
De stelling dat Rijkswaterstaat de ongeldigheid eerder had moeten constateren wordt verworpen. Het beginsel van gelijke behandeling en transparantie vereist strikte toepassing van de criteria, ook als de ongeldigheid pas later wordt vastgesteld. De vordering wordt afgewezen en de Combinatie wordt veroordeeld in de proceskosten van Rijkswaterstaat en de tussengekomen partij.
Uitkomst: De vordering van de Combinatie wordt afgewezen wegens een ongeldige inschrijving en zij wordt veroordeeld in de proceskosten.