ECLI:NL:RBSGR:2010:BL4264
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen ongewenstverklaring vreemdeling
Verzoeker, een vreemdeling van Afghaanse nationaliteit, is ongewenst verklaard op grond van artikel 67 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Na bezwaar en beroep heeft verweerder het besluit tot ongewenstverklaring ingetrokken, waarna verzoeker een beroep instelde tegen het niet tijdig beslissen op bezwaar. Verzoeker vroeg de rechtbank om schorsing van alle rechtsgevolgen van de ongewenstverklaring en intrekking van zijn verblijfsvergunning.
Tijdens de zitting verklaarde verweerder dat verzoeker niet zal worden uitgezet voordat op het bezwaar is beslist, waardoor geen dreiging van uitzetting bestaat. De rechtbank heeft verweerder opgedragen binnen een korte termijn een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen. Gezien deze omstandigheden en het feit dat verzoeker tegen die nieuwe beslissing opnieuw beroep kan instellen, is er onvoldoende spoedeisend belang om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter wees het verzoek af, maar bepaalde dat verweerder het door verzoeker betaalde griffierecht vergoedt. Er zijn geen noemenswaardige proceshandelingen verricht in deze voorlopige voorziening, zodat geen verdere proceskosten worden toegewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang.