ECLI:NL:RBSGR:2010:BL4334
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Terugkeer van minderjarige na internationale kinderontvoering naar Engeland gelast
De rechtbank 's-Gravenhage behandelde een verzoek tot teruggeleiding van een minderjarige naar Engeland, ingediend door de moeder via de Centrale Autoriteit. De minderjarige verbleef tijdelijk bij de vader in Nederland, die de terugkeer naar Engeland weigerde nadat de moeder haar toestemming voor het verblijf in Nederland had ingetrokken.
De rechtbank oordeelde dat de gewone verblijfplaats van de minderjarige voorafgaand aan het verblijf in Nederland in Engeland lag en dat de achterhouding in Nederland ongeoorloofd was. De vader voerde verweren aan op grond van mogelijke wijziging van de gewone verblijfplaats en risico's bij terugkeer, maar deze werden verworpen wegens onvoldoende onderbouwing en gebrek aan actueel bewijs.
De rechtbank stelde vast dat minder dan een jaar was verstreken tussen de achterhouding en het verzoek tot terugkeer, waardoor de hoofdregel van onmiddellijke terugkeer van toepassing was. Ook het verzet van de minderjarige werd niet als voldoende geacht om terugkeer te weigeren, mede gezien haar leeftijd en rijpheid.
De rechtbank gelastte de terugkeer van de minderjarige naar Engeland op 25 maart 2010 en bepaalde dat indien de vader weigert, de moeder de minderjarige met een geldig reisdocument mag meenemen. Verzoek tot vergoeding van reiskosten werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.
Uitkomst: De rechtbank gelast de onmiddellijke terugkeer van de minderjarige naar Engeland op 25 maart 2010.